Ton. Jij hebt mij gezien in het donker. Zonder jou waren er alleen maar zaadjes en praatjes. Door jou rechtstreekse woorden, en vertederende belangstelling, ben ik gaan bloeien. En mogen we elkaar nu ontmoeten in het licht.
Bedankt vriend.
Iemand zei me laatst dat ik wat minder boeken moest gaan lezen.
Wat saai, dacht ik.
In mijn hoofd ontmoet ik namelijk mensen als personages en bedenk ik de meest gekke achtergronden en geheimen. Soms matcht het aardig goed. Behalve dan als ik denk dat iemand een bepaalde toverkracht heeft. Die ben ik nog nooit tegengekomen.
Ik ben de stille observeerder. Mijn ouders hebben mij de naam Jennifer gegeven. Ik snapte nooit zo goed waarom, want ik voelde me altijd eerder een Saar of Roos. Maar ik heb er genoegen mee genomen. En gelukkig kun je mijn naam afkorten.
Dus noem me maar Jen.
Ik probeer een gesloten boek te zijn, maar eigenlijk ben ik dat helemaal niet. Tenminste, als je lang genoeg naar mijn gezicht staart, kom je er snel achter dat mijn gezicht boekdelen spreekt.
Als ik je ontmoet, vraag ik me af wat voor muziek je luistert en wat je allergrootste geheim is. Want in onze geheimen schuilen onze diepste verlangens.
Ik vind iemand heel snel heel lief en ik zal vast en zeker de eerste zijn die tegen je zegt dat ze van je houdt. Maar ook zeker de eerste die zegt dat ze je haat. Ik vind conflicten heerlijk en het vermijden ervan maar dom. Als ik iets wil, wil ik het nu. En ik heb nu mogen leren dat vrijwel iedereen met een verslaafd brein zich daarin kan herkennen.
Als mens hoop ik altijd dezelfde diepgang te vinden als waarmee een schrijfster haar boeken schrijft: gewaagd, intens en vol vuur. Oftewel: passie. Ik heb mogen leren dat we allemaal anders zijn, en daardoor ben ik vaak teleurgesteld achtergebleven in het leven.
Het liefst fix ik mensen. Zie ik het mooie in het meest afschuwelijke wat er bestaat. En ik schreeuw het hardst als er iets onrechtvaardigs gebeurt.
Ik hou van mensen, maar kan ze ook vreselijk haten. Want hoewel de mensheid zowel mooi kan zijn, kan ze ook wreed en lelijk zijn. Ik heb er aardig wat ontmoet van dat soort.
Maar schrik niet. Ik ben bijzonder optimistisch over het leven.
En dat komt door… jawel, de mensheid en alles daaromheen.
Vroeger wilde ik een zingende boswachter worden en zou ik gaan trouwen met een man met een lange baard. Dit heb ik zo ongeveer tot mijn negende volgehouden en toen kwam ik erachter dat vrijwel geen enkele leeftijdsgenoot echt een baard had op die leeftijd. Gek. Maar goed, ik deed het er maar mee.
Op die leeftijd werd ik geconfronteerd met het leed dat drugs heet en kreeg ik een stempel op mijn voorhoofd gedrukt met de diagnoses ADD, dyslexie en dyscalculie. Het enige voordeel ervan vond ik dat ik langer de tijd had om mijn toetsen te verneuken, en toch managede ik het altijd om als eerste de toets te hebben… ver… ja, je snapt het wel.
Het verlangen om erbij te horen… Ik merkte dat mijn opvattingen en gevoelens vaak anders waren dan die van mijn klasgenoten, dus ik werd de underdog.
Vanaf kleins af aan viel ik al buiten de boot. Ik moest namelijk huilen als iemand op een kikker ging staan of als iemand een hond te strak trok omdat diegene ongeduldig zijn of haar ronde wilde maken.
“Dan neem je toch geen hond?!” riep ik dan.
Mijn moeder droogde vaak mijn tranen en heeft me heel mijn jeugd wijsgemaakt dat ik bijzonder was en dat de mensen om me heen maar de weirdo’s waren. Maar dat haalde me in op de middelbare school en daar kwam ik erachter dat ik niet helemaal normaal in elkaar zat.
Maar ja, wat is normaal?
Tijdens het zoeken naar de juiste wegen en om ergens wanhopig bij te horen, werd ik rebels. Als iemand zei: “Wedden van niet?”, zei ik heel hard: “Wedden van wel?”
Dat leverde me uiteindelijk in totaal vier wisselingen van school op en behoorlijk veel gedoe rondom vrijwel alles wat God verboden had.
En kun je het al raden?
Ik hoorde er nog steeds niet bij… ;)
Mijn broer en zus waren een soort bodyguards als het om mijn veiligheid ging en samen waren we onafscheidelijk. Alleen ook zij leken hetzelfde bloed te hebben en raakten verstrikt in hun eigen puberale levens. Elke week was er wel iets van drama aan de hand. Was het niet bij mij, dan was het bij mijn broer en zus.
Mijn ouders hebben flink wat te verduren gehad in die tijd. En hoewel dit verhaal niet alles kan omvatten wat er in die tijd allemaal is gebeurd, kun je ervan uitgaan dat er behoorlijk wat verdriet, onmacht en kwetsbare momenten zijn geweest.
Ik verloor mezelf. Probeerde het te vinden in middelen en wanhopige liefde. Belandde daardoor in heftige omstandigheden zoals misbruik en gewelddadige situaties. En ik vond mezelf een hele lange tijd niet meer terug.
Rond mijn 17e werd ik verliefd op een oudere jongen van mijn studie en wedde ik met mijn klasgenoten dat ik met hem een beschuitje ging eten.
Een blik en een kus verder groeiden we samen in gebruik naast elkaar op.
Ik raakte zwanger van al dat beschuit toen ik 24 was en de tijd haalde me in. Mijn dochter werd in mijn armen gelegd en ik kampte met depressie en angst.
Is wat ik voel normaal?
Om helemaal niets te voelen op dit moment?
Mijn dochter bleek een huilbaby in de eerste zes maanden en ik raakte na één jaar opnieuw zwanger van mijn zoon. De drukste baby in de geschiedenis werd in mijn armen gelegd en de slapeloze nachten stapelden zich op. Mijn gebruik stopte soms een langere periode, vooral tijdens de zwangerschappen, maar stond altijd als een schaduw achter me.
Mijn broer en zus bewandelden hun eigen pad, maar we vonden elkaar altijd in de wanhoop en dieptepunten in ons leven. We trokken elkaar aan en stootten elkaar af.
Drugs hield ons altijd bijeen.
We staan voor de flat van mijn broer. Hij heeft al een tijd niet gebeld. Gek. Hij vermoedt niets van al onze voorbereiding van maanden voor dit moment.
De interventie.
Ik moet afscheid nemen.
Dat heb ik min of meer beloofd aan mijn ouders.
Tijdens het oplezen van de welbekende hamer, mijn brief aan mijn broer, werden mijn ogen geopend. Waarom schrijf ik deze brief voor hem… en niet voor mezelf?
De dag daarna besloot ik zowel met mijn zus als met mijn broer de band te verbreken.
Op 14 juli 2025 stond ik op met een kater.
Shit. Wat is er gebeurd?
De politie is betrokken geweest.
Ben ik agressief geworden?
Mijn kids? Waar zijn ze?
Ik hoor de autodeur slaan en ik zie dat mijn partner de kinderen in de auto zet.
Strompelend naar de wc, want daar komt de eerste golf van…
Eenmaal bij de wasbak beland, zie ik mezelf in de spiegel.
Ik observeer haar. Jennifer.
Maar ook mama. Echtgenote. Dochter. Vriendin. Zus.
Waar ben ik mee bezig?
Is dit het dan?
Wat je bent?
Wat je altijd al dacht dat je wilde worden?
Ik besloot de deskundige te bellen die ons had begeleid bij mijn broer en ik vroeg voor het eerst in 19 jaar tijd om hulp. Hij neemt op. Shit. Half spottend breng ik uit:
“Verrassing. Ik ben zelf eigenlijk ook verslaafd.”
Hij gaf aan me te willen helpen, maar vertelde me dat ik alvast kon beginnen met hulp krijgen als ik naar meetings zou gaan.
Die week erna besloot ik naar mijn eerste meeting in Veghel te gaan.
Op het moment dat ik de deur binnenliep, voelde ik schaamte. Verdriet en heel veel herkenning.
Met mijn hoofd naar beneden en een hartslag van 130 heb ik de hele meeting, met suizende oren, tranen en een snotterende neus, zitten luisteren naar alles wat er gebeurde.
Die avond schreef ik:
——
Eerste bijeenkomst
Het was geen desinteresse
toen ik je niet aankeek tijdens het delen.
Nee, ik hoor je.
Ik kijk alleen liever niet.
Mijn observeren, het blijven willen leren,
is precies wat ik in mijn leven
niet meer kan verteren.
Het constant voelen, zo intens,
maakt me moe.
En ik ben maar een mens.
Net als jij.
Uitgeput van het steeds observeren,
observeren om te leren
hoe ik zelf moet reflecteren.
En wanneer ik dreig te vallen,
blijf ik toch aanstaan.
Mijn hersenspinsels,
het overcompenseren,
het blijven leren,
het obsessieve verliezen van mezelf,
het laat me nooit kiezen.
Nooit kiezen voor mezelf.
Mijn loyaliteit zo vaak misbruikt.
Dat wetende zoek ik nog elke dag
naar acceptatie.
Met frustratie.
Ik voel me weer afgewezen,
weggeduwd van het willen genezen.
Want wat ben ik zonder?
Een hersenspinsel dat niet eindigt,
een stem zo luid
dat ik wil verdrinken.
Lege flessen klinken.
Ik ben weer leeg.
En terwijl ik strompel
en schreeuw om balans,
verdwaal ik steeds verder.
Ik verloor mijn glans.
Totdat het niet meer ging.
Het gaat niet meer.
Ik wil niet weer
overcompenseren,
mezelf negeren,
obsessief verdwijnen.
Ik wil kunnen kiezen.
Dit keer voor mezelf.
– Jennifer Admiraal
———
Ik was net een boek aan het lezen, Waar de zon de sneeuw raakt (aanrader), en daar stond dit stuk in.
Hij zei dat het niet per se nodig is om aan iemand te schrijven. Net als schrijvers van boeken, die niet voor één specifiek persoon schrijven. Soms schrijven ze gewoon voor zichzelf.
Ik ga ook voor mezelf schrijven.
Wauw. Recht in mijn hart.
Want die dag, in de avond, toen ik gebroken, geconfronteerd en verward thuis kwam na mijn eerste meeting, ontdekte ik opnieuw mijn stem.
Mijn stem die zolang onder invloed was weggevaagd.
Waarbij elke dag een dag was om te overleven, wordt het nu elke dag een nieuwe dag om te mogen leven. De twaalf stappen, Bullshift, mijn sponsor, jullie… jullie leren mij dat ik er ook mag zijn.
Jong ben ik gestopt met mezelf ontwikkelen. Ik heb zo lang gevochten tegen mezelf. Wilde alles zijn wat ik niet was.
En nu?
Dat verhaal, wat mijn leven heet, begint eigenlijk nu pas.
Waar ik vroeger uren las, schrijf ik nu boeken. Ik leer weer dat fantaseren mag en dat observeren helemaal niet slecht hoeft te zijn. Mijn grenzen leer ik opnieuw kennen, en ik zoek ze ook nog steeds regelmatig op 😉
Vandaag mogen we weer proberen. Soms vallen, en er altijd iets van leren. Mijn hart gaat voorzichtig een stukje open, ook al zijn de barsten nog voelbaar bij elke stap die ik neem. En als mijn hoofd nu wegloopt, loop ik met haar mee.
Wie had ooit gedacht dat ik het liefst de bloemen zie bloeien en de zon zie ondergaan? De vogels hoor fluiten en geniet van het vers gemaaide gras.
Tuurlijk heeft het ook soms zijn keerzijde, want ik hoor ook de irritante wasmachinegeluiden in de nacht of de tikkende verwarmingsbuizen. Grrrrr.
Elke dag leer ik mezelf een beetje beter kennen. En waar ik vroeger naar mezelf keek in de spiegel vol afschuw naar mijn blonde lokken en vergiftigde ogen zie ik nu zonnestralen en diepe zeeën.
Ik maak de keuze om te springen. In het oneindige diepe.
Want ik kan mezelf weer vangen. Met hulp van jullie allen.
En het moraal van dit verhaal?
Geef niet op. Vraag om hulp. En bovenal: laat je ook helpen. Pak het met beide armen aan. Die veiligheid die je voelt, die mag je gaan vertrouwen.
En weet je… geluk staat je goed.
Ook al is die rebelse nog steeds prominent aanwezig. Geen zorgen… (ook haar zal je soms nog nodig hebben 😉)
Zeg tegen jezelf:
Alleen voor vandaag.
Want wie ik morgen ben als personage…
dat houd ik nog even voor mezelf.
Liefs,
Jen
